Waarom noemen ze het de ‘Seefhoek’?

Regelmatig wordt ons de vraag gesteld: waarom noemen ze de wijk in Antwerpen Noord ’Seefhoek’? Onze redactie ging op onderzoek en vond dankzij de Koninklijke Gidsenvereniging Antwerpen deze verklaring:
De benaming “Seefhoek” komt van het hoekhuis in de Lange Beeldekensstraat – Pesthofstraat. Daar stond vroeger een herberg waar ook de dokters en personeel van het Stuivenbergziekenhuis (gasthuis) hun seefbier kwamen drinken. Het was een populaire buitenherberg in een stadsgedeelte dat zich pas begon te ontwikkelen. Het café “Bij Trien uit de Pothoek” werd vooral geroemd voor zijn “seef”. “De Seefhoek “is het gebied in de overgang van Sint-Willibrordus naar Sint-Amands, tussen de Handelsstraat en de Lange Beeldekensstraat. Het was een volkswijk die haar faam ontleende aan de talrijke danszalen met veelal een imposant orgel. Een dicht bevolkte wijk was het ook. Hier kwamen de plattelanders (boeren) wonen, die vanaf 1860 in de stad hun geluk en werk zochten. En werk was er, aan de haven en aan het spoor. In de loop van de tweede helft van de 19de eeuw werden in deze wijk veel werkmanswoningen opgetrokken. In 1864 waren de eerste woningen afgewerkt die een groot succes kenden. Tot in 1878 werden in totaal 170 huisjes in zes blokken opgetrokken. Elk huisje had één waterkraan en werd slechts door één gezin bewoond. Vanaf 1862 was er reeds gasverlichting voor de bewoners. In de Gasstraat stond de gasfabriek. Voor het koken werden hout en steenkool gebruikt. Zo verzekerden ze ook de verwarming van de woonplaats. Om de dertig jaar voert de overheid een campagne van sociale woningbouw voor de opvang van de groeiende bevolking. Van al die woonvormen zijn er tot vandaag nog heel wat sporen te ontdekken in straatjes, in steegjes, in doorsteken binnen de huizenblokken van de wijk Antwerpen Noord.